Licht onder mijn keukenkastjes: wat ik leerde over LED-strips, drivers en warm wit

Het eerste wat me opviel toen de nieuwe LED-strip onder mijn keukenkastjes aanging, was de kleur van de ui op mijn snijplank. Grijsachtig. Een beetje ziekelijk zelfs. En toen ik even later een pan op het vuur zette, begon het licht zachtjes te knipperen.

Ik woon sinds anderhalf jaar in een appartement aan de Torenallee op Strijp-S, in een van de oude fabrieksgebouwen. Daar zit een zekere ironie in. In de stad die zichzelf Lichtstad noemt, op een paar honderd meter van het Klokgebouw, lukte het mij niet om fatsoenlijk licht op mijn eigen aanrecht te krijgen. De plafondspots in mijn open keuken hangen precies achter mijn rug, dus ik werkte altijd in mijn eigen schaduw.

Een rol uit de bouwmarkt en een adapter achter de magnetron

Mijn eerste poging zullen veel mensen herkennen. Een rol LED-strip van vijf meter met een stekkeradapter, plakstrip eraf en onder de kastjes drukken. Het snoer liep naar een stekkerdoos achter de magnetron. Een middagje werk, dacht ik. Het zag er best aardig uit, tot dat knipperen begon en de adapter na een uur koken zo warm was dat ik hem liever niet meer aanraakte.

Een buurvrouw twee deuren verderop, die zelf in de verlichting werkt, kwam op een regenachtige zaterdagmiddag kijken en moest lachen. Ze legde uit dat zo’n strip op laagspanning draait, meestal 12 of 24 volt, en dat de driver, het kastje dat de 230 volt omzet, ruim bemeten moet zijn. Mijn strip vroeg bijna net zoveel als de adapter kon leveren, en een driver die op zijn tenen loopt wordt warm en gaat flikkeren. Bovendien liep mijn strip op 12 volt over vijf meter, waardoor het stuk bij de koelkast zwakker brandde.

Warm wit is niet altijd het goede wit

Dan die grauwe ui. Mijn strip bleek 6500 kelvin te zijn, koud daglichtwit, met een lage kleurweergave. Het getal waar je op de verpakking naar zoekt heet CRI of Ra, en voor een werkblad waar je vlees, groente en kruiden wilt kunnen beoordelen, wil je daar 90 of hoger. Qua kleurtemperatuur kwam ik uit op 3000 kelvin, net iets frisser dan de 2700 van de lampen in mijn woonkamer. Het werkblad licht dan niet op als een operatietafel, maar wordt ook niet geel. In een open ruimte moet het vooral passen bij de rest, anders zie je twee kleuren licht door elkaar.

Een aluminium profiel met een melkwitte afdekkap maakte ook een groot verschil. De losse lichtpuntjes verdwijnen en het profiel voert warmte af, zodat de strip langer meegaat.

Waar ik wel iemand voor belde

Het deel dat ik niet zelf wilde doen, was de 230 volt kant. Ik wilde het licht bedienen met een gewone schakelaar naast de afzuigkap, niet met een stekker die ik in en uit moet trekken. En de driver moest ergens komen waar hij lucht krijgt en bereikbaar blijft. Ik heb Elektricien Eindhoven gevraagd om mee te kijken. De monteur haalde de oude adapter weg, plaatste een dimbare 24 volt driver met ruim vermogen in het bovenkastje naast de afzuigkap en sloot die netjes aan op een vaste schakelaar. Een gewone wanddimmer op een niet-dimbare driver, zei hij, geeft precies het knipperen dat ik kende.

Wat mij achteraf het meest verbaasde, is hoe voorspelbaar het misgaat bij doe-het-zelvers. Meestal is de voeding te krap, hangt er te veel strip aan 12 volt, of zit de adapter in een afgesloten kastje waar hij langzaam gaar wordt. De monteur van Elektricien Eindhoven haalde alleen zijn schouders op toen ik vroeg of hij dit vaker zag.

Nu ligt er ’s avonds een rustige, gelijkmatige streep licht over het werkblad. De ui is gewoon weer wit. Ik kook niet beter dan vroeger, maar ik zie wel wat ik doe.

Tags:

Gerelateerde artikelen die u mogelijk interesseren